Wie heeft eigenlijk de regie?
Soms zit de mooiste zorg niet in wat je doet, maar in wat je niet doet.
Tijdens mijn avonddienst was een bewoonster met dementie onrustig. Zij liep heen en weer in de huiskamer en was ervan overtuigd op vakantie te zijn. Voelde aan de deur naar het balkon en vroeg zich af waar haar sleutels waren en vroeg of ik het wist. Ik zag dat de onrust toenam.
Ik had kunnen zeggen:” Je bent niet op vakantie, je woont hier. Die sleutels heb je niet nodig”. Ik wist ook dat ik haar daarmee alleen maar verder uit haar gevoel zou halen en de onrust nog meer zou toenemen.
Waarop ik besloot om mijn afdelingssleutels te geven (wat ik overigens best een beetje spannend vond, want stel je voor dat ze kwijtraken). Voor mijn bewoonster waren dit de juiste sleutels. Ze opende de deur naar het balkon, waar zij liefdevol de bloemen ging verzorgen. Daarna maakte zij zich zorgen of er wel genoeg drinken in huis was. Mijn voorstel was dat de bewoonster even in de koelkast zou kijken om dit te checken. In de koelkast stond inderdaad genoeg drinken. Haar gezicht ontspande.
Even later vroeg ze of ik wat wilde drinken. “Ja, lekker”, was mijn antwoord. Mijn bewoonster vroeg zich hardop af waar het servies stond. Ik wees haar de servieskast waarop zij lachend antwoordde: “Dat weet jij beter dan ik”. Ik knikte bevestigend en zei dat ieder zijn kwaliteiten heeft en dit er één van mij is en zij weer andere kwaliteiten heeft. En dat we op deze manier elkaar helpen.
Mijn bewoonster glimlachte en schonk vol overtuiging een glas limonade voor mij in. Sterker nog, ze schonk drie keer een glas drinken voor mij in. Elke keer met dezelfde vanzelfsprekendheid waarmee ze dat waarschijnlijk jarenlang thuis heeft gedaan.
En toen besefte ik weer waar de sociale benadering om draait. Niet om iemand te overtuigen van onze werkelijkheid. Niet om voortdurend te corrigeren. Maar om aan te sluiten bij de wereld waarin iemand zich op dat moment bevindt. Om te zoeken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen. Om iemand weer een rol te geven die vertrouwd voelt.
Die avond voelde mijn bewoonster zich geen patiënt, geen bewoonster, geen vrouw met dementie. Zij voelde zich weer even degene die de planten verzorgde, de boodschappen controleerde en gastvrij een drankje inschonk. Deze bewoonster voelde zich weer van waarde.
En misschien is dit wel de essentie van persoonsgerichte zorg. Niet de controle overnemen, niet sturen op wat iemand niet meer kan. Maar ruimte maken voor wat nog wel mogelijk is. En iemand, hoe klein het moment ook is, weer even aan het roer laten staan.



