Werken op een nieuwe manier
Bidden voor het eten, een Bijbelstudie met de afdeling, met een bewoner een christelijk lied zingen. Dit is dagelijkse kost in De Haven. In een samenleving die het christelijk geloof steeds meer loslaat, is dit bijzonder. Maar wat betekent onze christelijke identiteit vandaag en hoe leggen we die vast? Hierover gaan Sharon Heek, Floor Blaauw en Gijs Veldhuizen samen in gesprek.
De aanleiding is dat in de tweede helft van 2026 de nieuwe strategische koers van De Haven wordt vastgesteld. Vooraf wilde het managementteam eerst scherp krijgen wat de identiteit van De Haven precies is. Want als je weet wie je bent en waar je voor staat, kun je makkelijker koers bepalen. Daarom kwam er een werkgroep, met onder anderen wijkverpleegkundige en zorgbemiddelaar Sharon Heek en geestelijk verzorger Floor Blaauw. Gijs Veldhuizen dacht namens de cliëntenraad mee met een klankbordgroep.
Het proces begon bij de statuten. Sharon: “Ik moest wel even wennen aan het taalgebruik. Maar hoe vaker ik het hoorde, hoe mooier ik het begon te vinden.” Allerlei stukken moesten de werkgroepleden doorlezen. Van daaruit keken de leden niet alleen naar wat De Haven belijdt, maar ook naar wat medewerkers en bewoners in de praktijk ervaren. Sharon constateerde: “We zagen allemaal dat we onze christelijke identiteit door het hele huis zien. Dat was een mooie en samenbindende start. Natuurlijk zie je ook zaken die niet overeenkomen, daar kun je met elkaar het gesprek over voeren.”
Gemeenschappelijke basis
In de gesprekken bleek al snel dat woorden ertoe doen. Welke woorden passen bij De Haven? En bedoelen we daar ook hetzelfde mee? Floor: “We hebben veel gesprekken gevoerd over woorden. Wat bedoelen we er precies mee? Navolger zijn van Christus, betekent dat voor jou hetzelfde als voor mij?” Gijs herkent dit: “In ons groepje in de klankbordgroep hadden we het over menslievende zorg, wat betekent dat? Daar zijn we toen diep ingedoken.” Floor: “Het mooie was dat er altijd de ruimte was voor de mening van de ander. Op sommige momenten is het ook wel kwetsbaar, je komt verschillen tegen. Elk waardevol proces heeft dat, denk ik. Maar je moet er met elkaar doorheen, en dat kon ook. We zijn altijd op zoek geweest naar die gemeenschappelijke basis.”
Gijs vertelt dat hij bijzonder getroffen was door het gezamenlijke verlangen van de betrokken medewerkers: “De verbondenheid met elkaar, dat was heel bijzonder. Er zaten misschien wel dertig mensen in de klankbordgroep, maar dan toch zoveel eensgezindheid en een hartelijk verlangen om hiermee bezig te zijn. Dat was mooi.” Sharon herkent dit: “Ik vind het zo mooi dat we van de organisatie ruimte krijgen om hiermee bezig te zijn, dat het managementteam dit echt belangrijk vindt. Bij menig organisatie wordt dit gewoon van bovenaf vastgesteld en we gaan weer door met waar we mee bezig waren.”
Het resultaat van al deze gesprekken wordt de komende tijd uitgewerkt. De werken van menslievende zorg, afgeleid van de werken van barmhartigheid uit Mattheüs 25, krijgen hierin een prominente plek. Floor: “We hebben eerst uitgezocht waar we in geworteld zijn. Pas als dat duidelijk is, kun je ook werken aan de uitingsvormen, de vrucht.”
Vrijheid van bewoners
Een van de gespreksonderwerpen is de individuele vrijheid van bewoners. Iedereen mag bij De Haven wonen, welke geloofsovertuiging iemand ook heeft. Sharon: “Iedereen is welkom, net zoals bij Jezus.” Tegelijk kan dat spanning meebrengen: in hoeverre werk je bijvoorbeeld mee aan religieuze rituelen van bewoners? Gijs: “Je moet van tevoren goed uitleggen dat dit een christelijk verpleeghuis is, met bepaalde omgangsnormen en kaders. Dan weten mensen waar ze voor kiezen.”
Dan nog kun je te maken krijgen met nieuwe situaties. Niet alles is in regels vast te leggen. Sharon: “In de wijkverpleging weet je altijd dat je op bezoek bent bij je cliënt. Ik kan me voorstellen dat dit in het verpleeghuis anders voelt. We hebben erover gesproken wat het betekent dat de kamer van de bewoner is, waar jij als medewerker te gast bent.” Als een situatie lastig voelt, moet je erover kunnen praten. Daarom komt er ook een identiteitscommissie. Floor: “Bij die commissie kun je straks ingewikkelde vraagstukken voorleggen.”
Meerwaarde van christelijke zorg
Gijs stelt de andere twee een vraag: “Wat is volgens jullie de meerwaarde van christelijke zorg? Wat maakt christelijke zorg anders dan ‘gewone’ zorg?” Floor: “Ik denk daar vaker over na, ik kan het nog niet goed zeggen. Maar het heeft ermee te maken dat wij de hele mens zien. Een mens bestaat uit meerdere lagen en die hebben allemaal op hun eigen manier zorg nodig. Dat onderschrijven we en die zorg geven we ook. Dat drijft mij in mijn werk. Een mens heeft een lichaam, een geest en een ziel. En die ziel wordt in de toekomst verenigd met God.” Gijs: “Met lichaam en ziel.”
Floor: “Ik sta vaak aan een sterfbed. Het raakt me als ik zie wat voor troost en houvast het geeft als je dat laatste stukje van je leven met God door kunt gaan. We hebben het perspectief dat God de God is van herstel, en dat Hij eens alles nieuw zal maken. Het is een kracht dat we dat hier samen dragen. Dat is een realiteit te midden van een gebroken werkelijkheid. Dat beleef ik hier, dat zal in een andere instelling anders zijn.”
Als lid van de cliëntenraad heeft Gijs het beleidsstuk doorgenomen. “Het voelt wel heel volmaakt. Kunnen we dit wel?” Floor: “Ik heb op geen enkele manier het idee dat ik een superchristen zou kunnen zijn. Als ik dicht bij de bron blijf en wortel in Christus, dan vloeit het daaruit voort. Je bent geen dingen aan het grijpen, maar je bent in beweging vanuit Hem. Het brengt me ook steeds weer terug bij Hem. Juist het feit dat ik een kwetsbaar en gebrekkig mens ben, brengt me steeds weer terug bij de Here God. Het beleidsstuk hoeft geen spannend ideaal te zijn, maar het beschrijft ons gezamenlijke verlangen.”





